Geachte dames en heren,
Dank u voor de gelegenheid om namens Huis Doorn enkele woorden te spreken bij de nieuwe expositie over het Duitse Kolonialisme van Jehuda de Jong, met bruiklenen van Museum Huis Doorn.
1. Een gerestaureerde grafkelder voor de Hohenzollerns
In Berlijn is op zondag 1 maart jl. met een feestelijke kerkdienst de grafkelder onder de Domkerk opnieuw voor het publiek opengesteld na de restauratie.
Vele Hohenzollernszijn vanaf de 15e eeuw hier bijgezet en dit betekenisvolle moment leidt de gedachten onwillekeurig terug naar de hoogte- en dieptepunten van Pruisen waarvan de Hohenzollern de leiding hadden. Een geschiedenis van goed bestuur en mislukkingen, van glorie en van nederlagen.
Zoals de Duitse minister Weimer (Cultuur en Media) aangaf: wij moeten het gesprek over het beleid en de politiek van voorbije heersers aangaan met het oog op de generaties van vandaag en die van de toekomst.
Dat wij nu mogelijk anders naar “toen” kijken maakt het gesprek niet overbodig of onnodig. Zo kijken wij in Doorn naar het beladen verleden van één lid van de dynastie voor wie niet de Domkerk in Berlijn, maar het mausoleum in Doorn de laatste rustplaats werd.
2. Musea en beladen geschiedenis
Huis Doorn vertelt een even unieke als beladen geschiedenis. Het gaat over de keizer die in 1918 zijn handtekening moest zetten voor de beëindiging van het tweede Duitse (keizer-)rijk, nadat het eerste in 1806 door Napoleon bij Austerlitz was geëindigd.
Wat is de opgave van een museum dat zo’n beladen omslagpunt in de geschiedenis representeert? Laten we eens kijken in welk opzicht het Duitse verleden, dat Wilhelm met zich meebracht, beladen was.
3. Gevallen keizer
In de eerste plaats is de geschiedenis van Wilhelm II persoonlijk beladen, beter gezegd: tragisch in zijn eigen persoonlijke leven. Was hij rond 1900 nog ongeveer de machtigste potentaat van Europa, in 1918 was hij een vluchteling geworden. Hij was tot de hoogste toppen geklommen tijdens zijn keizerschap en nu was hij zelfs niet veilig bij zijn eigen volk.
Hij leefde van 1920-1941 in Doorn in zijn eigen wereld.
4. Leven in de tijdcapsule
De inrichting van Huis Doorn ademt de sfeer van de 19de en zelfs de 18de eeuw. Aan zijn grote voorbeeld Frederik de Grote werd in Huis Doorn een afzonderlijke kamer gewijd met veel unieke collectiestukken (waaronder de beroemde handbeschilderde snuifdozen). Zijn band met de Oranjes via de Hohenzollern-dynastie komt tot uiting in een set van levensgrote schilderijen (Tischbein) van Oranje-stadhouder Willem V met Hohenzollern-prinses Wilhelmina van Pruisen en is moeilijk te missen.
Daarmee houdt hij een herinnering aan autocratische heersers van die eeuwen levend en dat past precies bij de manier waarop hij keek naar pleidooien en revoluties die beoogden meer democratie in en buiten zijn eigen land toe te staan.
5. Omstreden oorlog
Is deze persoonlijke last een Werdegang op microniveau, de politiek-militaire oorzaak van zijn verblijf in Nederland is natuurlijk een beladen verhaal op Europese- en wereldschaal.
Hoezeer het uitbreken van de Urkatastrophe ook een gevolg was van de collectieve slaapwandeling van Europese regeerders, duidelijk is wel dat bepaalde personen een specifieke verantwoordelijkheid droegen. Wilhelm II was één van de belangrijkste; hij heeft de oorlog niet gewild, zoals hij veelvuldig beklemtoonde, maar haar ook niet voorkómen, met als eerste catastrofe de veldtocht door België in 1914 met talloze burgerdoden en een miljoen vluchtelingen in Nederland als gevolg.
6. Koloniale praktijken
Maar aan 1914-1918 ging 1904 vooraf, het jaar van het Vernichtungsbefehl van generaal Trotha tegen de Herero.
De geschiedenis van de Nama en de Herero, voor het Nederlands taalgebied verwoord in het boek over de Nama-leider Ik ben Hendrik Witbooi van Connie Braam, is aangrijpend.
In welke mate de keizer zelf betrokken was bij uitvaardiging in 1904 van het Vernichtungsbefehl van Trotha is onduidelijk, maar het werd wel opgesteld in zijn naam, die ondanks alles door Hendrik Witbooi steeds met grote eerbied werd uitgesproken.
7. Koloniaal erfgoed
Huis Doorn heeft nog objecten (zoals diamanten en portretten) die verwijzen naar het Duitse koloniale verleden in Afrika en in 2024 was de ambassadeur van de Namibische regering, mevr. dr. Kopandjo Kaäpanda, op bezoek in ons museum.
Op een door ons museum georganiseerde conferentie, waar ook de Duitse ambassadeur dr. Cyrill Nunn aanwezig was, vertelde ze over het diepe spoor dat de Duitse bezetting in haar land getrokken heeft. Het moment van haar aanwezigheid in het Huis van de keizer vond ik indrukwekkend.
8. Nationaalsocialisme
De periode van het interbellum was de tijd dat de keizer zich in Nederland ophield (1918-1941) en in Duitsland de republiek van Weimar en vanaf 1933 de nationaalsocialistische regering zich ontwikkelden. Dit gebeurde onder grote belangstelling van de ex-keizer en specifiek ook van zijn tweede echtgenote en enkele van zijn kinderen, die in Duitsland verbleven.
De gevolgen van dit fascisme zijn ook in Nederland op gruwelijke wijze zichtbaar geworden en nog altijd voelbaar in de tweede generatie oorlogsslachtoffers.
9. Museale taak
Heftiger dieptepunten in de moderne Europese geschiedenis dan WO I, kolonialisme, Interbellum en WO II zijn moeilijk denkbaar.
Huis Doorn, het asielpaleisje van de Duitse keizer, toont objecten en biedt feiten aan; maar het laat bezoekers zelf oordelen. Bezoekers kijken echter ook achter de collectie en stellen vragen.
Huis Doorn kiest dan unverfroren voor een positionering vanuit de ethiek dat alle gezag beperkt wordt door het recht.
10. Nieuw expositiegebouw: interbellum
In januari 2027 wordt bij Huis Doorn een nieuw gebouw geopend met een vaste expositie over het interbellum, de tijd dat Wilhelm II hier woonde en nauwlettend volgde wat zich in Duitsland en in de wereld afspeelde. Ons Museum neemt hiermee de taak op zich de beladen geschiedenis te tonen.
Het gaat daarbij niet om het comfort van de wisdom of the hindsight, maar om het aantonen van de consequenties van macht die verkeerd wordt gebruikt.
Afsluiting
Is het aanmatigend dat een Nederlands museum beladen Duitse geschiedenis bespreekt nu Nederland ook zelf een beladen koloniale geschiedenis heeft en de Duitse bezetter door veel verraders en meelopers is geholpen?
Het antwoord is dat de waarachtigheid die het museum moet kenmerken deze eng-nationale benadering ontstijgt. Zoals de oorlog niet alleen Duitse, maar ook Nederlandse slachtoffers maakte, zo kan, zo moet een Nederlands museum duidelijk zijn over de oorzaken van geweld, inbreuken op mensenrechten, op soevereiniteit.
De keizertijd is voorbij, na het 2e is inmiddels ook het 3e rijk in rook opgegaan. Maar nieuwe keizers komen op. Daarom is Huis Doorn niet alleen een “neutraal” residu van de Duitse keizertijd of het Museum van de Eerste Wereldoorlog, van het Interbellum of van de Tweede Wereldoorlog. Het is ook het museum van vandaag met waarschuwingen tegen onrechtvaardigheid: autocratie, schendingen van mensenrechten en soevereiniteit.
Het rechtvaardige museum moet recht doen aan de tragiek van de mensheid èn het moet samengaan met waarschuwing voor het drama van de herhaling.
We zijn verheugd dat terugkijken op de beladen geschiedenis gezamenlijk door Duitsers en Nederlanders kan plaatshebben met deze expositie, ook omdat we weten hoe feilbaar wij ook zelf zijn.
Zonder deze gemeenschappelijke blik zou er geen gemeenschappelijke toekomst zijn.