Het ‘nieuwe wonen’, en het hof van de keizer.
Gedwongen door de politieke omstandigheden vestigt de Duitse keizer Wilhelm II zich in november 1918 in Nederland, waar hij in 1919 in Doorn een landhuis koopt. Voor de inrichting komen in 1919-1920 vanuit Duitsland vijf treinen met in totaal negenenvijftig wagons met keizerlijke huisraad naar Doorn. Bij de inrichting van Huis Doorn houdt Wilhelm vast aan de traditionele inrichting van zijn paleizen in Berlijn en Potsdam. Terwijl de storm van verandering over Europa raast, leeft Wihelm II alsof er nooit een revolutie plaatshad. Hij woont in zijn buitenplaats omringd door een ratjetoe aan stijlen die herinneren aan de glorietijd van zijn familie. In zijn kleine paleisje in Doorn zijn de keizerlijke bezittingen samengeperst. Een groter contrast met het licht, lucht en ruimte-idee van de dan moderne architecten en ontwerpers is nauwelijks denkbaar.
De catastrofe van de Eerste Wereldoorlog maakt een einde aan het tijdperk waarin de Europese vorstenhuizen de dienst uitmaken. De gevestigde orde maakt plaats voor een nieuw wereldbeeld waarin de massa een rol gaat spelen. Dit keerpunt in de geschiedenis brengt ook een radicale stijlbreuk te weeg. Architecten, ontwerpers en beeldend kunstenaars gaan zich na 1918 afzetten tegen de geschiedenis en de historische stijlen die in de voorbije 19de eeuw zo populair zijn. In 1919 wordt in Weimar het Staatliches Bauhaus opgericht, een school waar studenten meubelstukken en gebruiksvoorwerpen ontwerpen. De docenten en studenten van het Bauhaus geloven dat een functionele, zakelijke stijl met een strakke lijnvoering zal leiden tot niets minder dan ‘de nieuwe mens’! Tijdens de Eerste Wereldoorlog is in Nederland de kunstbeweging De Stijl opgericht. Ook de kunstenaars van De Stijl geloven dat modernisering van de leefomgeving een nieuwe toekomst biedt.
De tentoonstelling Smaken verschillen zal het gierende contrast tussen de Europese avant-garde uit de jaren twintig en de traditionele leefomgeving in beeld brengen. Meubelstukken uit de vaste opstelling van Huis Doorn worden vervangen door ‘moderne’ varianten uit de jaren 1910 – 1930. Te midden van de classicistische eetkamer bevindt zich, alsof er een ruimteschip is geland, een stoel van Gerrit Rietveld. Gotische drukletters maken plaats voor een nieuwe typografie zoals onmiskenbaar te lezen is in het destijds toonaangevende tijdschrift Wendingen over de Amerikaanse stylist Frank Lloyd Wright. Het rommelige eclectische en daarmee stijlloze interieur maakt plaats voor strakke vormen en lijnen. ‘Eenvoud, zuiverheid en onmiddellijke zeggingskracht’ zijn de nieuwe internationale toverwoorden. De Keizertijd is passé.