Geopend op
Dinsdag t/m Vrijdag 13 - 17 
Zaterdag en Zondag 12 - 17

header-1

Keizer in ballingschap

Keizer in ballingschap

HuisDoorn_stationeijsden

Toen Wilhelm II zich in november 1918 op het militaire hoofdkwartier van zijn troepen in Spa in België bevond, zat hij in een lastig parket. Vanwege opstanden en revolutie in Duitsland kon hij niet naar huis terugkeren. Vanwege de oprukkende troepen van de Entente kon hij echter ook niet in Spa blijven. Zodoende kreeg hij het advies naar een neutraal land te vluchten en dat werd Nederland. Op 10 november 1918 kwam hij om zes uur ’s morgens aan op het station in Eysden. Hij kreeg politiek asiel en werd tijdelijk ondergebracht in Kasteel Amerongen, waar hij anderhalf jaar zou verblijven. Dit kasteel was eigendom van graaf Aldenburg Bentinck. Enkele weken na zijn aankomst tekende hij de troonsafstand.

Geleidelijk aan werd duidelijk dat de keizer niet uitgeleverd zou worden, ondanks de bepalingen daarover in het Verdrag van Versailles, en dat hij in Nederland zou blijven. Hij ging daarom op zoek naar een permanente woonbestemming en kocht in 1919 Huis Doorn van barones Van Heemstra de Beaufort, de overgrootmoeder van Audrey Hepburn. Hij renoveerde het huis en richtte het in met goederen en kunstobjecten uit zijn voormalige paleizen in Duitsland. 

Hij mocht onder strenge voorwaarden in Nederland verblijven. Zo mocht hij zich alleen vrijelijk bewegen binnen een straal van 15 kilometer rondom Huis Doorn, moest hij zich onthouden van politieke uitspraken en werd zijn post gecontroleerd. Ook stond hij onder permanente politiebewaking. Marius van Houten was commandant van het marechaussee-detachement in Doorn, dat belast was met de bewaking van de Duitse keizer, Wilhelm II.

Hoewel hij in ballingschap leefde, bleef hij veel contacten met Duitsland houden. In de 21 jaar dat hij in Huis Doorn woonde, ontving hij vele Duitse gasten.

In Berlijn had Wilhelm een “Hausministerium”, dat zijn belangen en goederen in Duitsland beheerde. Zo bezat hij bijvoorbeeld onder andere nog zijn landgoed en majolicakeramiekfabriek in Cadinen. Regelmatig kwamen huisministers naar Doorn om met hem te overleggen. Zij informeerden hem ook over de toestand in Duitsland. Bekende huisministers waren Georg Ernst Dommes en Ulrich von Sell (zijn vermogensbeheerder).

Wilhelm werd in Doorn permanent bijgestaan door zijn persoonlijke adjudant Sigurd von Ilsemann. Deze hield een dagboek bij, waardoor er veel bekend is van wat zich achter de schermen afspeelde.

Gedurende alle jaren van zijn ballingschap werd gesproken over herstel van de monarchie en een mogelijke terugkeer naar Duitsland. Wilhelm kreeg van veel gasten daarover tegenstrijdige adviezen. Sommige bezoekers gaven aan dat het volk om zijn terugkeer schreeuwde en dat het moment van terugkeer nabij was, anderen daarentegen maakten duidelijk dat dit nooit meer zou gebeuren.

Zijn huisministers en met name zijn tweede vrouw Hermine Reuss onderhielden in Duitsland contacten met invloedrijke personen om een mogelijke terugkeer te bevorderen. Daartoe werden ook contacten onderhouden met invloedrijke nazi’s zoals Hermann Göring (die Wilhelm in Doorn ook bezocht) en zelfs Adolf Hitler.

Een terugkeer naar Duitsland was echter uitgesloten en Wilhelm stierf zodoende in Doorn in 1941. Wilhelm II had in zijn testament bepaald dat hij geen nazi’s bij zijn uitvaart wilde. Hij werd echter toch met militaire eer begraven, onder aanwezigheid van Seyss-Inquart en een militair ere-escorte.