Geopend op
Dinsdag - Vrijdag 13 - 17 
Zaterdag - Zondag 12 - 17

header-1

Hindenburg & Ludendorff

Hindenburg & Ludendorff

huis-doorn-HINDENBURG-LUDENDORFF-1

Veldmaarschalk Paul von Hindenburg en Generaal Erich Ludendorff waren in de oorlog twee opperbevelhebbers van het Duitse leger en stonden daarom in nauw contact met de keizer. In 1918 verslechtert hun verhouding. Volgens Wilhelm II doen ze te veel achter zijn rug om. Op 26 oktober wordt Ludendorff ontslagen:  
‘Welke moeilijkheden heeft Ludendorff mij al bezorgd; hoe heeft hij mij vaak behandeld! […] Hij mengt zich in alle politieke zaken waarvan hij volstrekt niets begrijpt. Nu wreekt dit alles zich. […] Hindenburg moet blijven; hij zegt wel altijd, als Ludendorff zou heengaan moet hij ook gaan, maar als zijn keizer beveelt, zal hij gehoorzamen.’ 
 
Hindenburg neemt zijn verantwoordelijkheid niet en blijft zitten. Wanneer de situatie op 9 november nijpend wordt, de Entente steeds dichterbij komt en er in Duitsland opstanden uitgebroken zijn, overtuigt Hindenburg zijn vorst ervan dat er geen andere mogelijkheid is dan te vluchten. Uiteindelijk gaat Wilhelm II hiermee akkoord. 
 
Tijdens zijn ballingschap grijpt de keizer vaak terug op deze beslissing en beschuldigt Hindenburg ervan niet in het belang van zijn vorst gehandeld te hebben. Bovendien verwijt hij Ludendorff en Hindenburg dat ze onvoldoende naar hem geluisterd hebben en onterecht krediet opeisen voor gewonnen slagen waar zij zelf weinig aan hebben bijgedragen. De keizer is hiernaast niet te spreken over het feit dat Hindenburg in 1925 president wordt van de Weimarrepubliek. Hij vond het verraad; Hindenburg moest juist zijn vorst steunen in een terugkeer op de Duitse keizerstroon.