Geopend op
Dinsdag t/m Vrijdag 13 - 17 
Zaterdag en Zondag 12 - 17

header-1

Roemenië in de Grote Oorlog

Roemenië in de Grote Oorlog

HuDF-RoemenieEW16-55 klein-1

Van 17 februari tot en eind april 2018 vindt in het tentoonstellingspaviljoen van Museum Huis Doorn de tentoonstelling Roemenen in de Grote Oorlog plaats. Een groot deel van de herdenking in de jaren 2014 – 2018 concentreert zich op de gebeurtenissen aan het Westelijk front. De tentoonstelling over Roemenië maakt duidelijk dat de Eerste Wereldoorlog ook in Oost-Europa vele brandhaarden heeft veroorzaakt. De geschiedenis van Roemenië in de Eerste Wereldoorlog is bijzonder interessant omdat het land zich aanvankelijk – net als Nederland – neutraal verklaart maar uiteindelijk toch partij kiest.

Hohenzollern monarchie

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog is Roemenië een monarchie met – net als in het Duitse keizerrijk – een Hohenzollern als staatshoofd. Sinds de 13de eeuw bestaat het Huis Hohenzollern uit twee takken: een Frankische lijn en een Zwabische lijn. Wilhelm II is de laatste regerende vorst van de Frankische tak. De Zwabische lijn regeert tussen 1866 en 1947 over Roemenië. In 1914 zit koning Carol I von Hohenzollern-Sigmaringen al 48 jaar op de Roemeense troon. Eind september 1914 overlijdt Carol I en wordt hij opgevolgd door zijn neef Ferdinand I.

Neutraal

Op grond van in 1883 gesloten verdragen is Roemenië bondgenoot van Duitsland en Oostenrijk-Hongarije. Maar door politieke en diplomatieke geschillen staat het land op gespannen voet met de Dubbelmonarchie. Eén van de strijdpunten is de regio Transsylvanië. Dit gebied is sinds 1867 onderdeel van het Oostenrijks-Hongaarse rijk en telt drie miljoen Roemenen, die worden onderdrukt door anti-Roemeens beleid van de Dubbelmonarchie.

In de eerste dagen na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog richt zowel de Duitse keizer als de keizer van Oostenrijk-Hongarije zich tot koning Carol I met het verzoek om aan hun kant aan de strijd deel te nemen. Op 21 juli 1914 komen de koning, de kroonprins en de regering in een spoedbijeenkomst bijeen en wordt besloten dat Roemenië zich neutraal opstelt.

De jaren van de Roemeense neutraliteit worden gekenmerkt door een heftig debat over neutraliteit, over deelname aan de oorlog en over het kiezen van een kant. Net als in het neutrale Nederland zijn er pro-Duitse en pro-geallieerde kampen. De mogendheden van de Entente en Duitsland voeren druk uit op Roemenië en stellen uitbreiding van het grondgebied (waaronder Transsylvanië) in het vooruitzicht als het land zich bij hen aansluit. De Duitse inspanningen lopen echter steeds stuk op weigeringen vanuit Budapest, dat niet akkoord kan gaan met het afstaan van delen van het Hongaarse Transsylvanië.

In oorlog

Uiteindelijk sluit Roemenië in augustus 1916 een verdrag met Rusland, Frankrijk, Groot-Brittannië en Italië. Hiermee komt er voor Roemenië een einde aan twee jaar neutraliteit. Op 14 augustus 1916 wordt de oorlog aan Oostenrijk-Hongarije verklaard en in de nacht van 14 op 15 augustus trekken Roemeense troepen Transsylvanië binnen. De opmars verloopt aanvankelijk voorspoedig. Als de bondgenoten van de Dubbelmonarchie op 17 augustus uiting geven aan hun solidariteit en Roemenië de oorlog verklaren, veranderen de zaken. Het land komt in een hachelijke situatie terecht aangezien het op twee fronten in oorlog is met vier landen: Oostenrijk-Hongarije, Duitsland, Bulgarije en het Osmaanse rijk. In een periode van vier en een halve maand worden zware verliezen geleden en moet het Roemeense leger zich terugtrekken. Op 6 december 1916 bezetten vijandige troepen de hoofdstad. Twee derde van het land komt in handen van de Centrale Mogendheden.

Vrede

Na de Oktoberrevolutie en de Vrede van Bresk-Litovsk van maart 1918 is het voor het Roemeense leger onmogelijk geworden de strijd (alleen) voort te zetten. De verbindingswegen met de westerse bondgenoten zijn afgesloten en de Roemeense troepen volledig geïsoleerd. De koning en de regering besluiten onderhandelingen te starten voor een vrede met de Centrale Mogendheden. Het Vredesverdrag dat in mei in Boekarest wordt gesloten is voor Roemenië hard en vernederend. Koning Ferdinand I weigert het officieel te erkennen waardoor het verdrag nooit echt in werking treedt.

Eind oktober 1918 zijn de omstandigheden ineens veranderd. Na de ineenstorting van de Centrale Mogendheden stuurt de Roemeense regering een ultimatum waarin het vertrek van de Duits-Oostenrijkse bezettingsmacht wordt geëist. Het Roemeense leger mobiliseert opnieuw. Verschillende gebieden – waaronder Transsylvanië – worden door Roemeense troepen bezet. Op 18 november trekken koning Ferdinand I en koningin Maria Boekarest binnen.

De tentoonstelling Roemenië in de Grote Oorlog wordt mogelijk gemaakt met steun van de Roemeense ambassade in Den Haag, het Roemeens Cultureel Instituut in Brussel en het Nationale Museum voor Roemeense Geschiedenis in Boekarest